Groepje fijnstoffelijk

Waar ik aan denk is een vorm die ik nu met mijn zus heb, soms sluit een nicht erbij aan, die beide in Nieuw Zeeland wonen. Wij komen regelmatig online samen en verdiepen ons in iets dat speelt, of we bedenken iets om te doen, op fijnstoffelijk niveau. Opstellingen horen daarbij. Ook representeren hebben we een keer gedaan. Verder kan dit van alles zijn. Zo zijn we een keer onze heldervoelende, helderziende, helderhorende, heldertastende en helderwetende vermogens nagegaan in de mate waarin we die gebruiken en er ruimte is om meer gebruik ervan te maken, en in hoeverre dat makkelijk zal gaan of moeite kost. Dat was zeer boeiend om te doen. Van alles is mogelijk op subtiel energetisch oftewel fijnstoffelijk gebied. Centraal staat om van en aan elkaar te leren. Iedereen kan inbrengen. Het groepje is niet bedoeld als een helpend contact, alhoewel je er goed geholpen mee kan zijn, zeker als je een opstelling krijgt. Maar het belangrijkste is dat we onszelf en elkaar stimuleren, op een speelse manier, om meer op fijnstoffelijk niveau bezig te zijn en ons daarin te ontwikkelen.

Als je ook zoiets zou willen doen, mag je me dat laten weten. In principe kan zoiets al met z’n tweeën. Ik houd hierbij wel een slag om de arm omdat het op gelijkwaardig niveau is en ik alleen mee doe als ik het leuk en zinvol vind. Ik mag er zelf dus ook uit stappen.😉 Het is zonder kosten.

Een casus

Met mijn zus uit Nieuw Zeeland hadden we een keer iets op subtiel energetisch niveau gedaan dat niet zoveel tijd vroeg, en we hadden daarom nog tijd over. Ik zei dat het mij leuk leek om een keer te representeren. We bespraken of dat kon online, want dan heb ik begeleiding nodig. Mijn zus zei meteen dat dat kon want afstand telt niet, en ze zei erbij dat ze als begeleider wilde dat ik zelf bij bewustzijn bleef. Jazeker. En wat zou ik dan kunnen representeren? Meteen kwam in me op: oma van moeders kant, dus de moeder van onze moeder. Haar hebben we niet gekend want zij is gestorven toen onze moeder nog een peuter was.

Ik ging staan om haar te representeren, en het eerste dat werd gezegd was: ik ben jouw oma niet. Even later: ik ben geen voorouder. En nog even later: ik ben een wezentje dat verdronken is.

Mij vielen de klompen uit. Hebben we hier wel met een mens te maken? Die vraag stelde ik innerlijk aan het wezentje dat verdronken was.

Toen ontvouwde het zich. 'Ik' is een klein meisje van drie dat verdronken is, en dat rustig in een afgeschermde en veilige omgeving leeft waar het zich oké voelt en uit zichzelf niet uit hoeft. Het is een nichtje van onze oma die haar tante is. En deze vrouw, onze oma, is blijven vragen: "waar is dat kind?" Want dat kind was opeens vermist en was nooit meer gevonden. 

Ik kon de ontroering voelen van onze oma dat ze elkaar ontmoetten. Maar ook de pijn bij onze oma: hierover had ze zich al die tijd zo ontzettend druk gemaakt.

Achteraf vroeg ik aan Margrete en Ferry hoe het kan dat dit probleem zich in de spirituele wereld niet had opgelost, en deze vrouw met de vraag naar dit vermiste kindje was blijven zitten. Zij legden uit dat vaak door trauma iemand niet goed bereikbaar is.

Omdat ze hierover getraumatiseerd was, kon ze het kindje niet eerder ervaren. Het was een helpende voorouder opstelling geweest, die anders verliep dan voorzien.