Wat ga je tegen komen?
Het is goed je te realiseren dat niemand weet wat jij gaat tegen komen. Het kan je verrassen, het kan je tegenvallen. Je kunt er blij mee zijn, je kunt ervan schrikken. Het is wat het is. Ik heb daar geen invloed op. Het is ook niet mijn verantwoordelijkheid. Als je voor een voorouder ritueel kiest, dan heb je het te doen met wat zich aandient.
Geen enkele voorouder moet aanwezig zijn. Als een voorouder dit niet wil, zal het ook niet gebeuren. Ook daarop heb ik geen invloed. Het kan ook zijn dat een voorouder om een of andere ons onbekende reden nauwelijks iets van zichzelf wil laten zien.
Het is niet ongebruikelijk dat een voorouder zich in het begin afvraagt of hij of zij een man of een vrouw is, en hoe het komt als hij of zij een bepaalde emotie ervaart. Vaak gebeurt innerlijk veel bij een voorouder en komt er weinig van naar buiten. Het gaat om subtiele energieën. Voorouders zullen in het algemeen niet veel woorden gebruiken.
Verwacht niet dat je met een voorouder kunt communiceren zoals je gewend bent met een gewoon present mens. De voorouder komt langzaam in de representant meer in bewustzijn naar voren en kan iets kenbaar maken van zichzelf. De begeleider helpt jou en de voorouders daarbij. Dat gebeurt voornamelijk door het stellen van vragen.
Voorouders hebben hun eigen leven en hun eigen problemen en levenshouding. Die kan ver afstaan van de jouwe. Misschien ontmoet je voorouders die niet positief of zelfs negatief zijn ingesteld. Sommige voorouders komen in angst en trauma naar voren. Het gebeurt dat hierin beweging komt door het voorouder ritueel. Soms is dat goed te merken, en geeft de voorouder dit zelf ook aan. Niet altijd is dat duidelijk. Het is belangrijk dat voorouders zich veilig voelen. Als we hen die naar voren komen met liefde en medemenselijkheid benaderen, zullen ze eerder geneigd zijn iets van zichzelf te laten zien dan wanneer we onze gevoelens voor hen verbergen of wanneer we sterk in ons hoofd zitten.
Waar je vanuit kunt gaan is dat iedere voorouder die verschijnt, daarvoor een reden heeft. Het is goed om de voorouder de gelegenheid te geven zich hierin te uiten.
Wat zeker niet zal gebeuren: een voorouder gaat niet rondlopen. Een voorouder blijft altijd op zijn of haar plek staan. Wanneer een voorouder naar voren komt die negatief is, zal de begeleider deze duidelijk zeggen dat hij of zij op z’n plek moet blijven. Voorouders willen zich veilig weten, jij natuurlijk ook. Dus zelfs als een negatieve voorouder zich aandient, zal die niets kunnen aanrichten.
Voor een voorouder ben jij heel reëel, en een voorouder kan met jou meer of minder een band voelen. Een voorouder weet heel goed dat jij daar zit. Ik heb een voorouder meegemaakt die aan degene voor wie het ritueel was, een plekje in zijn huis vroeg. Dan zou ik op het plekje voor de voorouders thuis, altijd nog iets neerzetten wat extra aan die ene voorouder doet denken. Voorouders voelen dat, voelen hoe je reageert, hoe je bent, ook na afloop. Er kan een voorouder komen die behoefte heeft aan jouw aandacht en dat laat blijken door zo’n vraag te stellen. Jij kijkt niet alleen naar jouw voorouders, zij kunnen ook naar jou kijken als ze op jou de aandacht richten. Meestal zul je dat niet zo merken omdat ze bezig zijn met hun eigen leven.
Een casus
Zelf kwam ik in een 30-generatie opstelling van een voorouderlijn reuzen tegen. Ik noem een 30-generatie opstelling, een opstelling zonder representeren, met alleen invoelen, van 30 generaties in vier voorouderlijnen (dus vier maal 30 steentjes invoelen). Reuzen in de familie, dat vond ik heel leuke informatie. Die kon ik delen met enkele lange familieleden.
De 30-generatie opstelling met mijn vier voorouderlijnen heb ik twee maal gedaan, omdat ik de helpende vraag en de andere vragen gescheiden heb behandeld. De eerste keer deed ik deze uitgebreide voorouder opstelling met alleen de vraag dat voorouders naar voren kwamen die konden helpen. De tweede keer met de overige vragen: voorouders die zelf hulp nodig hadden, die een boodschap wilden doorgeven, of die iets van zichzelf kenbaar wilden maken. Vanuit die laatste uitnodiging; ‘ik wil voorouders vragen naar voren te komen die iets van zichzelf willen kenbaar maken’, kwam de informatie van de reuzen door.
Nog een grappige gebeurtenis bij de 30-generatie opstelling. Bij het invoelen van de steentjes voelde ik geregeld niets, ook niet na even invoelen. Dan dacht ik op een gegeven moment: ‘hier is niets’. Na nog even invoelen, voor de zekerheid, dacht ik opnieuw: ‘nee, hier is niets’. Bij het invoelen van één steentje voelde ik vrij snel en vrij duidelijk: ‘hier is niets. Nee, hier is niets.’ Hoe kan dat? Ben ik dat? Denk ik dat? Ik was getriggerd hierdoor en dacht: ‘ik ga nu toch even kijken hoe dit kan.’ Ik ging me dieper concentreren. En dat hadden ze niet verwacht: ik ontmoette een paar nieuwsgierige voorouders die aan het rondkijken waren, die zelf niet naar voren wilden komen, maar die op het licht van het voorouder ritueel waren afgekomen omdat ze nieuwsgierig waren. Die hadden zich verstopt achter het schermpje: ‘hier is niks’. Maar dat schermpje viel natuurlijk op. Even stonden we elkaar verbaasd aan te kijken: ‘oh, jij bent van een andere dimensie?’ Daar sta je dan opeens oog in oog met elkaar. Dat doet wat. Het duurde kort maar het was een gedenkwaardig moment.

Maak jouw eigen website met JouwWeb