Vragen stellen aan voorouders bij het representeren

Je weet wanneer ik begin te representeren, dat is wanneer ik het steentje van jou heb overgenomen. Wanneer ik representeer en jij wilt de voorouder aanspreken, dien je altijd direct de voorouder aan te spreken. Dat wil zeggen dat je ‘je’ of ‘jij’ tegen de voorouder zegt. Natuurlijk mag je jouw voorouder ook met ‘u’ aanspreken. De begeleider zal de voorouder tutoyeren.

Het is belangrijk dat niet óver de voorouder een vraag gesteld wordt, maar áán de voorouder, omdat dit het proces van representeren sterk kan beïnvloeden. Als óver de voorouder wordt gecommuniceerd, hindert dat het proces van representeren, en misschien lukt dat dan zelfs niet meer.

Dat kan best lastig voor je zijn omdat ik net daarvoor nog gewoon Edith was. Ik maak plaats van binnen. Als je de voorouder direct aanspreekt, haal je de voorouder in bewustzijn naar voren. Maar je ziet Edith voor je, dat is het lastige. Wees je ervan bewust dat als je mij het steentje hebt gegeven, het nu de voorouder is. Mensen die bekend zijn met opstellingen kennen dit.

Als je een vraag stelt, heeft een voorouder tijd nodig zich op het onderwerp van die vraag bewust te worden. Je kunt het je het beste zo voorstellen, dat van een voorouder een stukje bewustzijn naar voren komt. Dat stukje kan groter worden als een voorouder daarin geholpen wordt door vragen die bij hem of haar aansluiten.

Als het niet duidelijk is, kun je altijd vragen of het om een man of een vrouw gaat. Als je denkt het te weten en de vraag eigenlijk overbodig vindt, kun je overwegen je aanname wel nog te checken, bijvoorbeeld: “volgens mij ben jij een vrouw/man, klopt dat?”

Ook de begeleider zal helpen in het tot uitdrukking komen van een voorouder.

Enkele andere tips zijn: probeer een voorouder te benaderen vanuit het leven dat deze heeft geleefd, en niet vanuit het moment van deze opstelling, want daarmee krijg je geen informatie over het geleefde leven. Ook kun je het beste de voorouder beschouwen als in gevoel nog in dat leven zijnde. Je stelt vragen in de tegenwoordige tijd, hoe het is, en niet hoe het was. Soms spreekt een voorouder zelf in de verleden tijd. Dan kun je daarbij aansluiten. Blijf met jouw vragen dichtbij de werkelijkheid van de voorouder en probeer met jouw vragen in te voelen in het leven van de voorouder.

Het kan gebeuren dat je het op een gegeven moment lastig vindt, of dat je niet goed raad weet met een voorouder. De begeleider is er altijd om jou te helpen. Wanneer ik representeer, dus wanneer een voorouder aanwezig is, kun je je altijd naar de begeleider wenden en iets met deze bespreken. Dan mag je wel over de voorouder spreken, omdat je dan niet met de voorouder praat, maar met de begeleider. Ook kun je, als je het lastig vindt zelf een vraag te stellen aan een voorouder, de begeleider vragen of deze dat voor je doet.

Tip

Misschien denk je dat voorouders in een hoger spiritueel bewustzijn verkeren omdat ze niet meer op aarde verblijven. Dat is niet het geval. Dat komt omdat je contact legt met de mens die ze waren, niet met hun ziel of hun hogere zelf. Dus de voorouder die naar voren treedt is de voorouder zoals die in dat leven was. Daarom kun je ook geen inzichten en helpende adviezen verwachten omtrent jouw huidige problemen. Voorouders komen naar voren vanuit hun eigen geleefde leven, waarbij ze een nu-gevoel hebben, omdat zij dat zijn.