Uitleg I Tjing gooien
Voor wie zelf wil kijken geef ik hier aan hoe je de I Tjing kunt gooien (er zullen vast ook nog andere methoden gebruikt kunnen worden). Je hebt drie kleine dezelfde muntjes. Van deze muntjes bepaal je welke kant de waarde twee, en welke kant de waarde drie heeft. Zelf kies ik altijd kop twee en munt drie, maar dat is willekeurig. Je bepaalt vóór het gooien van een I Tjing welke waarde welke kant heeft, eventueel schrijf je dat ook op zodat je zeker weet dat dat duidelijk is.
Je gooit zes keer en schrijft iedere keer jouw worp op, waarbij je de eerste worp onderaan zet, de tweede worp daarboven, de derde worp daarboven enzovoort. Dus je krijgt:
- Zesde worp
- Vijfde worp
- Vierde worp
- Derde worp
- Tweede worp
- Eerste worp
Iedere worp is of 333=9 of 332=8 of 322=7 of 222=6.
Voor een zes en een acht teken je twee horizontale lijntjes naast elkaar (een onderbroken horizontale lijn). Voor een zeven en een negen teken je één ononderbroken horizontale lijn. Een onderbroken lijn wordt door de I Tjing een zwakke lijn genoemd, een ononderbroken lijn een sterke lijn. (Een onderbroken lijn wordt ook wel een negatieve lijn genoemd, een ononderbroken lijn een positieve lijn.)
Een zwakke lijn (onderbroken) kan bewegend of rustend zijn. Datzelfde geldt voor een sterke lijn (ononderbroken). Een lijn is bewegend als drie dezelfde kanten van de drie munten in een worp zijn gegooid. Dat wil zeggen wanneer een worp bestaat uit drie tweeën (zes) of uit drie drieën (negen). Een lijn is rustend wanneer niet drie dezelfde kanten van een munt zijn gegooid, dus een drie en twee tweeën (zeven), of een twee en twee drieën (acht).
Bij ieder worp schrijf je één van de vier opties op:
munt munt munt = 3 + 3 + 3 = 9 = een ononderbroken bewegende lijn;
of munt munt kop = 3 + 3 + 2 = 8 = een onderbroken rustende lijn;
of kop kop munt = 2 + 2 + 3 = 7 = een ononderbroken rustende lijn;
of kop kop kop = 2 + 2 + 2 = 6 = een onderbroken bewegende lijn.
Als je dit uittekent, heb je jouw hexagram dat op jouw situatie van toepassing is. Er zijn 64 hexagrammen. Voorin het boek staan de hexagrammen en kun je jouw nummer kiezen. De bovenste drie lijnen staan in de horizontale balk, de onderste drie lijnen staan in de vertikale balk.
Van het hexagram dat je hebt gegooid is op jouw situatie van toepassing:
- De verklaring van het teken
- Het Oordeel
- Het Beeld
- Indien ze er zijn, de bewegende lijnen.
Dus je kunt altijd lezen de verklaring van het teken, het Oordeel en het Beeld. Misschien heb je geen bewegende lijn. Dan is alleen het Oordeel en het Beeld op jouw situatie van toepassing. Als je één of meerdere bewegende lijnen hebt, werken die lijnen sterk door in de interpretatie, omdat ze sterk geladen zijn. Daarom moet je, als je bewegende lijnen hebt, niet te snel conclusies trekken bij het Oordeel en het Beeld, omdat de lijnen bewegend zijn, dat wil zeggen erg belangrijk, want die geven meer specifieke informatie voor jou.
Denk je eraan in het boek het eerste deel van de verklaringen van de 64 hexagrammen te gebruiken, en niet het tweede deel van het boek?

Maak jouw eigen website met JouwWeb